Opgroeien zonder armoede

Ook in het welvarende Nederland zijn er kinderen die in armoede opgroeien. Vrij vertaald zitten er gemiddeld in iedere schoolklas 2 tot 3 kinderen die onder de armoedegrens leven. En armoede onder kinderen is een hardnekkig probleem gezien het relatief hoog blijvend percentage kinderen dat in armoede opgroeit sinds 2000, namelijk tussen de 8 en 12 procent van alle kinderen. Zonder nader beleid zal het armoedeprobleem onder kinderen niet substantieel worden teruggedrongen. Armoede onder kinderen heeft niet alleen een negatief effect op de levensloop van kinderen maar ook op hun kansen. De ontwikkeling wordt belemmerd, talenten niet (optimaal) benut. Daarmee draagt armoede onder kinderen ook bij aan verscherping van een tweedeling in de maatschappij. Alle hens aan dek dus om armoede onder kinderen substantieel terug te dringen. In de afgelopen jaren heeft het kabinet met dit doel de nodige middelen en instrumenten ingezet. Kinderen kunnen bijvoorbeeld een beroep doen op voorzieningen om mee te doen aan sport en cultuur Deze aanpak is primair gericht op het compenseren van de gevolgen van armoede. En hoe belangrijk dat ook is, de oorzaken van armoede blijven bestaan. Het kabinet heeft de SER gevraagd zich in het probleem van armoede onder kinderen te verdiepen en te komen met aanbevelingen. Daartoe is eerst nader ingezoomd op de feiten: wat is armoede, wie betreft het en wat zijn de gevolgen voor kinderen en maatschappij? Vervolgens zijn de verschillende verantwoordelijkheden van ouders, overheid, en andere instanties verkend. Ten slotte zijn het bestaande instrumentarium, de uitvoering en resultaten daarvan bezien.Dit kun je lezen in dit rapport.